Informatie Taal

Goed kunnen communiceren is nodig als je contact wilt maken. Taal is onmisbaar om informatie uit te wisselen. Gedachten (een idee of een plan) ontstaan in de hersenen. Er is taal nodig om die gedachten over te brengen naar iemand anders. Om te kunnen verwijzen naar zaken in de werkelijkheid. Als je de taal niet of onvoldoende beheerst, dan ben je beperkt in je mogelijkheid om met anderen te communiceren.

Spreken en Taal

Hoe kunt u zelf de spraak en/of taalontwikkeling van uw kind stimuleren?
  • Zorg voor voldoende spreeksituaties. Praat over wat uw kind doet, praat over wat u zelf doet, praat over wat u samen ziet
  • Voorlezen en vertellen. Probeer elke dag een rustig moment uit te zoeken waarin u samen een (prenten)boekje bekijkt of voorleest
  • Samen spelletjes doen. Gezelschapsspelletjes zoals lotto, kleurendomino of memory helpen bij het spelenderwijs leren van nieuwe begrippen
  • Televisie kijken. Programma's als Sesamstraat bevorderen de taalontwikkeling en vergroten de kennis. Praat samen over wat het kind heeft gezien
  • Geef het goede voorbeeld. Verbeter uw kind niet maar geef het goede voorbeeld. Bijvoorbeeld: 'Ik heb op mijn klie gevalt!' 'Ach, ben je op je knie gevallen?' Vraag uw kind niet om het na te zeggen.
  • Spreek in een rustig tempo zodat uw kind geen moeite hoeft te doen u te verstaan
  • Maak uw zinnen iets langer dan de zinnen die uw kind produceert. Dit stimuleert uw kind tot het uitbreiden van zijn eigen zinnen. Bijvoorbeeld: Kind: 'Hij valt!'. Vader: 'Ja, hij valt op de grond.'

Taalontwikkelingsstoornis

  • Men spreekt van een taalontwikkelingsstoornis wanneer een jong kind in zijn taal duidelijk achterblijft vergeleken met leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt. Een taalontwikkelingsstoornis kan samenhangen met andere stoornissen zoals spraakstoornissen, slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat er sprake is van een taalontwikkelinsstoornis zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.
  • Een taalontwikkelingsstoornis kan problemen opleveren op diverse gebieden. Bijvoorbeeld: het kind kan zich niet goed uiten, waardoor het niet goed begrepen wordt. Hierdoor kunnen gedragsproblemen ontstaan, zoals opstandigheid, driftbuien of terugtrekken in hun eigen wereld. Ook op school wordt het kind geconfronteerd met zijn taalontwikkelingsstoornis. Het kind kan moeite hebben met het begrijpen van de instructie, het kind kan zichzelf niet goed uiten, waardoor de communicatie met de andere kinderen en de leerkacht moeizaam verloopt. Een gevolg kan zijn dat het kind zich ontrekt aan klassenactiviteiten. Een taalontwikkelingsstoornis kan resulteren in een leerachterstand.

Afasie

Afasie is een taalstoornis die ontstaat door een hersenletsel in de linker hersenhelft. Dit wordt meestal veroorzaakt door een beroerte (CVA), maar kan ook ontstaan door een hersentumor, een ongeval of een andere aandoening in de hersenen. Bij sommige mensen zit het taalsysteem in de rechterhersenhelft. Als zij hersenletsel oplopen in de rechterhersenhelft kan er ook een afasie optreden. Afasie komt het meest voor bij volwassenen en ouderen. Maar ook kinderen en jongeren kunnen hersenletsel oplopen met een afasie als gevolg.

Door afasie ontstaan er problemen met het spreken, het lezen en het schrijven. Samen geven deze talige problemen stoornissen in de communicatie. De ernst en omvang van de afasie zijn onder andere afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel, het vroegere taalvermogen, iemands persoonlijkheid en zijn algehele gezondheid.

Sommige mensen met afasie kunnen wel goed taal begrijpen, maar hebben moeite met het vinden van de juiste woorden of met de zinsopbouw. Het komt regelmatig voor dat een afasiepatiënt een ander woord zegt dan hij bedoelt. Ook komt het voor dat afasiepatiënten juist wél veel spreken, maar wat zij zeggen is voor de gesprekspartner niet of moeilijk te begrijpen. Zij hebben vaak grote problemen met het begrijpen van taal. Tijdens een gesprek vangen ze bijvoorbeeld alleen trefwoorden op en bedenken zelf het verband hiertussen. Vooral bij ingewikkelde zinnen levert dit misverstanden op.

Lezen en Schrijven

Naast het spreken en begrijpen kunnen er problemen zijn met het lezen en schrijven. Het lezen van een boek of het volgen van een ondertiteling op de televisie is vaak moeilijk en soms onmogelijk. Schrijfproblemen maken het bijvoorbeeld moeilijk om boodschappen te noteren bij het telefoneren.

Het herstel van de taal- en spraakproblemen vindt voornamelijk plaats in de eerste drie tot zes maanden na de beroerte. In deze periode is veel logopedische therapie belangrijk.

Wat doet de logopedist?

De logopedist zal eerst een onderzoek afnemen naar het begrijpen en uiten van de gesproken en geschreven taal. Zij gaat na hoe de communicatie van de patiënt met zijn omgeving (partner, familie) verloopt. De resultaten worden met de patiënt en zijn familie besproken. De logopedist geeft verder voorlichting en adviezen.

De behandeling is gericht op de individuele problematiek. Er worden oefeningen gedaan om het begrijpen, spreken, lezen en schrijven te verbeteren. Ook wordt de patiënt en zijn directe omgeving geleerd hoe zij op een andere manier met elkaar kunnen communiceren. Het kan zijn dat een communicatiehulpmiddel zinvol is. Dan zal de logopedist hierover adviseren en begeleiding bieden.

Meer informatie over afasie